Park achter het Ketelhuis
Achter het Ketelhuis ligt het mooiste en meest bijzondere park van Noord-Limburg. Voor het park werd vier hectare grond aangekocht met zandheuvels, die door de kloosterlingen spottend ‘Steyler Alpen’ of ‘Spekbergen’ werden genoemd. Voordat een park kon worden aangelegd, moest de grond verschillende malen op de schop en worden verrijkt met vruchtbare aarde. Het park is het magnum opus van pater-tuinman Gerard Rademan (1851-1904), die koos voor een landschapspark met heuvels, grotten en de begraafplaats van de congregatie. Kenmerkend zijn ook het dichte struikgewas en de slingerpaden, zoals de Via Longa bestemd om lang op te brevieren. In dit park zijn bijna alleen inheemse planten, struiken en bomen geplant. Ornithologen hebben meer dan zestig vogelsoorten geteld.
De Heilige Hartheuvel
Het meest gefotografeerd in de loop van de tijd is de Heilig Hartheuvel. De geknipte en geschoren struiken tegen de steile helling vormen een kruis en driehoek met oogbol, symbool voor het alom aanwezige oog van God. Op de top van de helling staat een egaal wit Christusbeeld, een kopie van dat van Montmartre in Parijs.
De Lourdesgrot
Het pad volgend naar beneden komen we uit bij de Lourdesgrot, gebouwd in 1922 door soldaten die in Steyl revalideerden van verwondingen opgelopen in de Eerste Wereldoorlog. Deze devotieplek wordt frequent bezocht door gelovigen. Links aan de boom hangt een plastic rozenkrans die bezoekers mogen gebruiken om een rozenhoedje te bidden.
Kloosterbegraafplaats
Het belangrijkste onderdeel van het park is de hoger gelegen kloosterbegraafplaats. In 1887 werd begonnen met de aanleg ervan. Acht jaar later volgde de inwijding. Op de graven staan identieke gietijzeren kruizen met de namen en levensdata van de religieuzen. In het oog springend is de kapel, waar tot zijn zaligverklaring Arnold Janssen begraven was. Het indrukwekkende mozaïek in de kapel verbeeldt de wederopstanding van Christus en is een creatie van missiezuster Serviane. Ze koos voor steensoorten afkomstig uit de landen waarin de missionarissen van Steyl actief zijn.
In de muur die de begraafplaats omringt, is de kruisweg ingemetseld. De laatste vier staties vinden we in stemmige kapelletjes langs het hoofdpad. Met zijn trappen en hellingen, kapelletjes met mozaïeken en muurtjes van gestapelde bakstenen, dakpannen en sintels roept de kloosterbegraafplaats associaties op met het Park Güell in Barcelona van Antoni Gaud.
De achttiende-eeuwse cultuurfilosoof Christian Hirschfeld omschreef de ideale begraafplaats als een melancholische tuin die niets akeligs heeft en het hart tot een zoet, meelevend gevoel moet aanzetten.
Patersplak
In de kloostertuin staat ook een slanke watertoren met bovenin het reservoir dat wordt bekroond met een kruis. Aan de voet ervan strekt zich de legendarische Patersplak uit. Het is van oorsprong een sportterrein, dat in 1887 werd aangelegd: het schrale zand werd vermengd met grond aangevoerd per schip over de Maas. In de strenge winters van weleer werd het terrein onder water gezet. Na enkele nachten vorst beschikte het kloosterdorp over een eigen ijsbaan. Sinds lange jaren komt Steyl hier samen om het feest van Sintermerte te vieren. In dit prachtige kloosterpark wordt op harmonieuze wijze devotie, natuurbeleving en ontspanning met elkaar verbonden.

















