Park tegenover het Missiehuis
We kennen Steyl vooral als Kloosterdorp. Maar het zou zich ook kunnen afficheren als Parkendorp. Tegenover het Missiehuis ligt het zogenaamde klein park. Als Arnold Janssen in 1875 de leegstaande herberg van de familie Ronck koopt, hoort er een grote tuin langs de Maas bij. Zijn ideaal is het om zelfvoorzienend te worden. De lap grond wordt ingericht als moestuin, bloementuin en boomgaard met fruitbomen. In de jaren die volgen worden percelen grond verworven tegenover het Missiehuis. In totaal twee hectare, waar ook groenten en bloemen worden gekweekt. Janssen heeft echter ook andere plannen: in het park moet je tot God en jezelf kunnen komen.
1980
De aanleg van het kloosterpark in de jaren tachtig van de negentiende eeuw is een enorm karwei geweest. Het oorspronkelijk terrein was een zandduin met een tien centimeter dikke toplaag van ijzerhoudend zand. Er groeiden alleen maar distels en andere pioniersplanten. Paters en broeders in opleiding gaan die woestenij met de schop te lijf. De onvruchtbare laag wordt afgestoken en elders in het park in wording gebruikt om er heuvels mee op te werpen. Iedere student krijgt de opdracht om elke dag een gat van een diepte en omtrek van één meter te graven, waarin een fruitboom of sierboom kan worden geplant. Met de honderden leerlingen die Steyl in die jaren telt, schiet dat natuurlijk flink op. Toch is het een project van jaren geworden.
De grote man achter de kloostertuinen is de Nederlandse pater Gerard Rademan die in 1877 intreedt. Rademan wordt leraar aan het gymnasium van het klooster. Omdat hij voor zijn kloosterintrede altijd in tuinen heeft gewerkt, is hij de aangewezen man om de leiding te nemen over de aanleg van de kloosterparken in Steyl.
De grotten
In het park tegenover het Missiehuis zijn het vooral de grotten die de aandacht trekken. Ze zijn tussen 1890 en 1900 opgeworpen met misbaksels en sintels uit de ovens van de kleiwarenfabrieken van Tegelen. Naar een plan van Rademan werden ze ingericht als een onderaards religieus labyrint bestemd voor gebed en meditatie. Wie kleine ruimten, schemer, stof of spinnen eng vindt, moeten we het bezoek aan deze grotten met klem ontraden. Of het zou in het kader van exposuretherapie moeten zijn, dat je er binnentreedt.
In de zuidoost-hoek van het park is de grootste grot, de zogenaamde Doodsangstgrot. Met een ensemble van levensgrote beelden wordt je binnen gevoerd in de Hof van Olijven. Het is de olijfboomgaard waar Christus volgens het evangelie de nacht voor zijn kruisiging doorbracht en hij door doodsangst werd overvallen.
Het pronkjuweel van het park is de Mariagrot. De muren en gewelven zijn bedekt met mozaïeken van stukjes steenkool, glas, kiezelsteentjes en dakpanscherven. Geometrische motieven en regels uit het lofdicht Ave Maris Stella wisselen elkaar af. In het diepst van de grot is een altaar met een beeld van Maria met het kind. Op de grot staat een calvariegroep uit de negentiende eeuw. In dezelfde kunstmatige heuvel is een bidplaats ter ere van Marie, Moeder van Smarten.





















