M1. Fossa Eugeniana – Fort Hazepoot
1626-1632 Fossa Eugeniana – het nooit voltooide Schelde-Maas-Rijn kanaal
Dit kanaal is men beginnen te graven in 1626 tussen de Maas en de Rijn. Het is nooit volledig afgemaakt, maar gedeeltes zoals in Arcen zijn bewaard gebleven. Het ging hier om het verloop van het kanaal tussen Venlo via Straelen en Gelderen. Het Nederlandse gedeelte van dit kanaal komt bij Arcen Nederland binnen om vervolgens een scherpe bocht te maken in zuidelijke richting naar Venlo. Op de kaart is de route te zien die de Fossa Eugeniana volgde.
Het is uiteindelijk 4.30 breed en 50 km lang geworden. November 1626 heeft er ook daadwerkelijk water doorgestroomd tussen Rheinberg en Gelderen. Het idee kwam van de Spanjaarden, die een Schelde-Maas-Rijnkanaal wilden graven om de Maas- en Rijnhandel af te snoepen van de Nederlanden en het kanaal om te leiden rechtstreeks naar Antwerpen waardoor de havens van Rotterdam en Amsterdam geen functie meer zouden hebben.
Ook was het de bedoeling dat het kanaal als verdedigingswal kon dienen met op regelmatige afstanden zo’n 24 schansen met bastions. Dit is echter nooit gerealiseerd. Door technische problemen, belegeringen en financiële tekorten stagneerde het project na twee jaar en werd door de inname van Venlo in 1632 door de Nederlanders onder Frederik Hendrik de bouw van het kanaal definitief gestaakt. In de hoogtijdagen van de bouw waren hier zo’n 8000 arbeiders aan het werk.
Later tijden de Franse Tijd werd door Napoleon Bonaparte nogmaals getracht het Schelde-Maas-Rijnkanaal te realiseren onder de noemer ‘Grand Canal du Nord.
Langs de Fosse Eugeniana is hedentendage een 60 km lange grensoverschrijdende wandel-, fiets- en skateroute aangelegd.
1626-1628 Fort Hazepoot
Fort Hazepoot is een voormalig dubbelfort aan de Fossa Eugeniana ter hoogte van Arcen. Op de kaart is de route te zien die de Fossa Eugeniana volgde.
Fort Hazepoot in Arcen was daar één van. Het plan voor de Fossa Eugeniana zou in eerste instantie afkomstig zijn van een zekere Haesenvoet. Het fort in Arcen werd zodoende door de plaatselijke bevolking van Arcen al snel vernoemd naar deze persoon en gedoopt tot Fort Hazepoot.
Fort Hazepoot is vermoedelijk gebouwd in de periode tussen 1626-1628. Op 21 september 1626 ging, wat betreft het kanaal, de eerste schop de grond in. Het fort is zodanig gesitueerd, dat beide torendelen uitkijken op het gegraven kanaal, welke tevens aan beide zijden verdedigbaar is. Het omringende landschap had een open karakter, en bestond voornamelijk uit moerassen en heidevelden.
Rond het jaar 1800 begonnen er bomen te groeien op het voormalige en verlaten fort. Een deel van de bomen is sinds het begin van de 21e eeuw gerooid, waardoor het fort weer enigszins zichtbaar is geworden.
M2. Schanstoren – Arcen
15e eeuw
De Schanstoren in Arcen is een restant van de vestingwerken van Arcen en dateert uit de vijftiende eeuw. Het is een z.g. Traptoren, die destijds onderdeel was van een omvangrijk poortgebouw met een veel grotere verdedigingstoren. Later deed het poortgebouw in Arcen ook nog dienst als toltoren.
In 1635 raakte de toren bij een belegering zwaar beschadigd, waarna hij nooit meer werd teruggebracht in een originele staat. Vanaf 1969 is het restant een rijksmonument.
Hoewel in de jaren tachtig gerestaureerd ondergaat de toren in 2011 opnieuw een grondige restauratie. De reden daarvan is, dat bij de eerdere restauratie de voegen niet volledig en goed waren aangebracht, waardoor de toren scheuren ging vertonen. Opmerkelijk genoeg zijn de originele voegen uit de Middeleeuwen wel nog intact.
De toren die dus onderdeel uitmaakte van een omvangrijk poortgebouw maakte onderdeel uit van de verdedigingswerken van de Fossa Eugeniana.
M3. Bunker Fliegenhorst – Groote Heide
Een ander voorbeeld van een verdedigingswerk uit latere tijd van de 2e WO zijn de bunkers. De Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden bunkers in alle soorten en maten. Bijvoorbeeld waarnemersbunkers, commandobunkers, vuurleidingsbunkers, geschutbunkers, munitiebunkers, telefoonbunkers, slaap- en woonbunkers, toiletbunkers enz.
Een van die ‘Duitse’ bunkers staat op voormalige Duitse vliegveld ‘Fliegerhorst’ op de Groote Heide in Venlo.
1940
Het vliegveld werd eind 1940 gebouwd door meer dan 15.000 arbeiders ter verdediging van het Duitse Ruhrgebied en haar luchtruim. Het vliegveld strekte zich uit over zowel Nederlands als Duits grondgebied en besloeg wel zo’n 300 voetbalvelden. Nu ruim 80 jaar later is bijna alles van dit vliegveld verdwenen. Restanten van de commandobunker, een hangaar en verkeerstoren zijn echter nog voor een groot deel bewaard gebleven. Om niet te veel op te vallen als zodanig, werd de bunker gebouwd in de vorm van een boerderij en beschilderd in een onopvallende rode steenkleur. De restanten daarvan zie je nog terug op deze locatie hedentendage. In één van de hangaars werd hier het revolutionaire raketvliegtuig ‘de Messerschmit’ gebouwd voor de Duitse ‘Luftwaffe’.
Fliegerhorst werd ook regelmatig door de geallieerden aangevallen toen men door had dat zich hier een vliegveld bevond. Voor de lokale bevolking waren aan de rand van het vliegveld diverse schuilkelders voorhanden. Enkelen zijn nog bewaard gebleven.
De overblijfselen op het terrein hebben tegenwoordig een bestemming als recreatie in de vorm van een klimtoren.
M4. Bunkers - Steilrand Tegelen Belfeld
1944
Bijzonder zijn de resten van de Duitse Siegfriedlinie (ook wel Westwall genoemd) die als verdedigingslinie tussen 1936 en 1945 door de Duitsers in dit deel van Limburg werd aangelegd. Aan de grens zijn nog verschillende bunkers te zien. Zoals de bekende bunker Tobruk, vernoemd naar de stad in Libië. Daar ontwikkelden Italianen die de stad in handen hadden in 1941 deze kleine bunker. De Duitsers namen het idee over en introduceerde de Tobruk ook in Europa. In 1944 zijn ze in Belfeld aangelegd als versterking voor de Westwall, de z.g. Maas Rur Stellung.
M5. Atoomschuilkelder - Dienst Bescherming Bevolking Venlo
1975
In de periode tussen de Tweede Wereldoorlog en de val van de Berlijnse muur zijn tal van militaire objecten gebouwd. Niet zozeer als verdediging tegen bommen en granaten, maar om een aanval met radioactieve straling, biologische of chemische wapens een paar dagen te kunnen weerstaan in een zelfvoorzienende atoombunker. Er werden ‘noodzetels’ gebouwd voor overheidsbesturen en -diensten.
1975
In Belfeld bij de stuw van Rijkswaterstaat bevindt zich een schuilkelder welke grotendeels in takt is gebleven. Rond 1975 heeft RWS meerdere van deze atoomschuilkelders in Nederland aangelegd. In deze atoomschuilkelders kon het personeel van Rijkswaterstaat terecht bij een eventuele nucleaire aanval uit het oosten van Europa.
M7. Schuilkelders voor de bevolking in Venlo
M 7.1
1939 Schuilkelder Rummerkampstraat (nabij nr. 2)
Eind jaren dertig werden door de gemeente Venlo schuilkelders gebouwd. Een lag er bij de Kleine Heide, een andere bij Manresa en een bij de Kousenfabriek aan de Rummerkampstraat in Genooi. De laatste schuilkelder stond bekend als De Bunker. De bewoners van Genooi en aanliggende straten, die zelf over geen schuilgelegenheid beschikten, hebben hier bange en vaak zelfs dramatische uren beleefd bij de vele granaatbeschietingen en bombardementen op de stad. De kelder was berekend op zevenhonderd mensen en daarmee de grootste van de drie. De schuilkelder wordt bezongen in een oorlogsliedje van de violist en vocalist Lei Frits, bijgenaamd De Golde. Het dialectliedje is geschreven op de melodie van ‘Sterrenhemel van Hawaii’.
Het couplet over de schuilkelder in Genooi gaat als volgt:
Noeit zal ik vergaete de kelder in Genuuë
Och waat zote dao toch dièke vluuë
Ik zal ’t noeit vergaete ’t waas dao ouk neet pluùs
De minse zote al onder de luùs
Dao heerste toen ouk d’n bitterste noeëd
Ze hadde nog neet mièr ein klein stökske broeëd
Kinder op de erm begasjes in de hand
Trokke weej nao ’t noorde van òs land.
Het evacuatieliedje van de Golde was vlak na de oorlog een hit. Als Lei Frits met zijn trio speelde in een café werd het steevast aangevraagd en meegezongen door het publiek.
In de jaren vijftig kocht Van der Grinten het perceel en zette bovenop de schuilkelder een bedrijfshal. Via een onopvallend deurtje aan de Rummerkampstraat, een steile hellingbaan en een zware, gepantserde toegangsdeur kom je er binnen. De schuilkelder ziet er nog altijd hetzelfde uit als toen. Met aan de muren lange banken. waar de mensen op zaten of onder lagen.
M7.2
1942 Schuilkelder Kaldenkerkerweg 56
Deze schuilkelder is in 1942 aangelegd t.b.v. het personeel van het aangrenzende gebouw van de Venlose Raad van Arbeid en had plek voor zo’n 150 personen. Tegenwoordig een kantoren complex. Toen het gebouw gerenoveerd werd voor gebruik, werd gepoogd de kelder af te breken. Dat werd al gauw opgegeven. De schuilkelder begint in de stookruimte en loopt dan onder de parkeerplaats. Hij is een integraal deel van het gebouw. Deze is verder voor publiek niet toegankelijk.
M7.3
1939 Schuilkelder Leutherweg 107a (in Manresapark)
In het droogdal dat vanaf de Leutherweg naar Nieuw Manresa voert ligt verborgen onder een laag aarde één van vier schuilkelders die kort voor de Tweede Wereldoorlog door de gemeente Venlo werden gebouwd. Deze schuilkelders waren bedoeld voor de plaatselijke bevolking. De schuilkelder, waarvan alleen de zware ijzeren toegangsdeur thans zichtbaar is, bestaat uit een lange gang en had plaats voor zo’n 250 personen. Tegen de zijwanden waren banken geplaatst waar burgers tijdens gevaar konden plaatsnemen. Onder andere tijdens bombardementen op Fliegerhorst Venlo in de oorlogsjaren is deze bunker benut. De schuilkelder staat op de nominatie om aangewezen te worden als gemeentelijk monument.























